Schurende spijkerbroeken, teleurstelling in het mannelijk geslacht en het zwembandje wat met geen mogelijkheid lijkt in te slinken. Redacteur Emma schrijft eens in de zoveel tijd over een dilemma dat haar opfokt.

Deze keer: mannen en hun natte handdoek.

Handdoeken

Mannen. Man, man, man ze komen écht van een andere planeet. Begrijp me niet verkeerd, daar bedoel ik heus niet alleen maar negatieve shit mee. Het kunnen – vooral de mijne natuurlijk (kots) – heerlijke wezens zijn om mee in slaap te knuffelen, om mee te lachen en soms bij te huilen, om romantisch mee te dineren, om (vooral ongevraagd) advies van te krijgen of juist te geven en zelfs om af en toe flinke ruzie mee te maken. Tja eerlijk is eerlijk, er is niemand op de wereld die mij iedere dag weer opnieuw het gelukkigste meisje van de wereld maakt.

Maar man, man, man ze kunnen ook focking vermoeiend zijn. Wat is dat toch met mannen? Waarom lijkt het gros van de mannen – waaronder die van mij – een huishoudelijk gen te missen? Nee, dan doel ik niet per se op het tandpastadopje dat na gebruik werkelijk overal neer kan dalen behalve op de tube, de verdwaalde sokken door het huis, de onderbroek die op de één of andere reden nooit in de wasmand belandt, de vaat die echt geen pootjes heeft, het wasbakputje dat nooit geleegd wordt, het druppelen op de wc-bril of de remsporen in de pot, het bed dat er na gebruik uitziet als een slagveld of kaarsen die zo hard worden uitgeblazen dat er OVERAL kaarsvet zit. Nee, echt niet. Dat kunnen ze blijkbaar niet – prima wij hebben ook zo onze valkuilen. Het is immers geven en nemen in een relatie nietwaar?

Handdoekenrekje

Althans, tot op een zekere hoogte… Want er zijn nou eenmaal valkuilen die voor zulke irritaties zorgen dat een eenzaam bestaan met negen katten de enige oplossing lijkt. Man, man, man wat kan ik mezelf opfokken wanneer ik voor de vijfde keer in de week een drijfnatte handdoek in het – uiteraard door mij opgemaakte – bed vind. Meestal niet eens op mijn bedhelft, zo is hij dan ook wel weer. Maar hoe moeilijk kan het zijn om die natte lap na het afdrogen van je pielemuis als een volwassen kerel van dertig uit te hangen aan het daarvoor speciaal in de muur geschroefde HANDDOEKENrekje. Met een master op zak zou je denken dat die verwachting niet te hoog gegrepen is. Nou daar moet ik even op terugkomen. Na 708304 verzoekjes lijkt het namelijk nog niet geheel te zijn doorgedrongen en sta ik dag in, dag uit zijn drijfnatte handdoek uit het bed te vissen.

Knuffelen

Of liever gezegd stond, want ik ben overgegaan op een nieuwe tactiek. In plaats van de handdoek uit het bed te halen, houd ik de handdoek namelijk nu onder de kraan en flikker ik hem terug (op zijn helft) in het bed. In bed doe ik uiteraard alsof mijn neus bloedt wanneer hij ‘s avonds steeds een stukje dichter bij mij komt liggen. Iets wat hij normaalgesproken zou laten. Hij is – anders dan ik – meer van het soort dat even vijf minuten lepeltje-lepeltje wil liggen, om vervolgens ieder de ‘eigen hoek’ op te zoeken en zonder enige aanraking in slaap te vallen. Oke, het is een 9 uit 10 frusterigheid, dat kan ik niet ontkennen. Maar als we ons samenwoon-avontuur willen overleven dan is het van groot belang dat hij zich hierin gaat beteren. Tot die tijd geniet ik als knuffeldier van die extra gezelligheid bij het inslapen.

VIND JE OOK LEUK:
EMMA’S DILEMMA: ‘FLIRT HIJ STRAKS MET ANDERE VROUWEN IN DE KROEG?’