Smaak. Ze verschillen én er valt niet over te twisten. Door de samenwoon-voorbereidingen ben ik daar in ieder geval zeer zeker van. 

Zo blijk ik een – naar eigen zeggen – gezelligheidsdier en vindt mijn vriend ieder  ‘fruseltje ‘ te veel… Maar de vraag is: hoeveel zeggenschap mag je eigenlijk hebben over het interieur als je geen smaak hebt?

Smaak

Leuk, verliefd worden in tijden van corona en zo hoteldebotel raken dat je binnen een jaar besluit om samen onder één dak te leven. Eenvoudig? Nee, althans niet wanneer het het interieur betreft. Ik vind mezelf namelijk een echte interior designer, maar mijn vriend denkt daar heel anders over. En ja, daar gaan de nodige discussies mee gepaard. Verder is mijn uit de hand gelopen coronaliefde natuurlijk om door een (kots) ringetje te halen. (Op zijn ‘natte handdoeken-tik’ na dan, meer daarover lees je hier).

Hoewel het hele spektakel pas 1 mei écht begint, zijn de voorbereidingen al in volle gang. Zo is – gezien ik bij hem intrek – de helft van zijn kast al vrijgemaakt en hebben we tijdens een uitgebreid diner uitvoerig besproken wat er wel en niet mee gaat. Mijn bed kan ik doorgeven aan mijn jongere zusje, de ingezakte bank gaat naar het grofvuil en de rieten kussens werden goedgekeurd voor het dakterras. Maar het oranje geknoopte kleed dat ik op mijn vijftiende met mijn zuurverdiende oppasgeld heb gekocht als aandenken, mag onder geen beding onder het bed. Belachelijk, vind ik. Ranzig, vindt hij. Hij vindt het zelfs zo goor, dat wanneer ik het toch in mijn eigenwijze koppie haal om het kleed toch onder het bed te schuiven – hij zich genoodzaakt voelt het handgeweven kleed van vier hoog naar beneden te gooien..

‘One in, one out’

Gezellig begin, vind je ook niet? Daarom heb ik maar besloten om het één en ander aan mijn laars te lappen, maar waar nodig is water bij de wijn te doen. Wat ik aan mijn laars lap? De vraag of ik minder bij winkels of H&M home of Zara home wil kopen. Volgens mijn vriend zijn er al meer dan genoeg kussens gekocht (hij heeft een beetje gelijk, er liggen al dertien sierkussens op de bank) en hetzelfde geldt voor de kaarsen/kandelaren en waxinelichthouders (het totaal hiervan is rond de twintig). Maar er gehoor aan geven? Vergeet het maar. Ik doe niets liever dan op een druilerige zondagmiddag – bij gebrek aan rommelmarkten – Pinterest afstruinen opzoek naar nieuwe ideeën. En ja, die nieuwe ideeën moet ik realiseren.

Zo stuitte ik laatst op een kussen gemaakt van zebrahuid. Of eigelijk een geverfde koeienhuid. Je raadt het al, die heb ik zorgvuldig tot mijn tussencollectie toegevoegd. Hoe? Door water bij de wijn te doen. We zijn namelijk tot de overeenstemming gekomen: ‘one in, one out’. Zo krijg ik mijn ‘gezelligheid’ en zijn voor hem de ‘frutsels’ te overzien.

Keuzevrijheid

Maar wat is nou eigenlijk je punt, hoor ik je nu denken. De rest! Bestek, service, de kleur van de nieuwe handdoeken of het soort gordijn dat een scheiding moet vormen tussen de slaapkamer en keuken. Het lukt ons niet een regeling te treffen voor de overige keuzes. Zo gaat zijn voorkeur uit naar grijze handdoeken, terwijl ik alles wit wil hebben. Wil ik ronde borden, maar vindt hij zijn vierkante perfect. En wil ik dingen aan de muur, maar ziet hij ze liever kaal. De man des huizes vindt dat hij keuzevrijheid heeft vanwege mijn zee aan kussens. Maar in hoeverre kan je iemand die keuzes toevertrouwen als diegene nul komma nul smaak heeft?

VIND JE OOK LEUK:
EMMA’S DILEMMA: ‘MOET IK DIE RIMPEL NOU PLATSPUITEN OF NIET?’